Hun geschiedenis is onze geschiedenis
Meer dan vier eeuwen samen…

Leeswijzer: Belangrijke noot vooraf!
Leeswijzer bij mijn essay over “Molukkers in Nederland; hun geschiedenis is onze geschiedenis”.
Mijn tweede Moluks-Nederlandse essay, het historische onderzoek naar de ‘ongeweten oorlog’ in Oost-Indonesië 1950-1963 (2023), heeft ook in Molukse kring zijn weg gevonden. Dat ging over Maluku dáár, in het Oosten van de Indische Archipel; aansluitend op mijn eerste essay uit 2020.
Dat eerste essay (2020) over ‘Molukkers in Nederland; hun geschiedenis is onze geschiedenis’ (sedert 3 maart 1599) heet niet voor niets ‘Molukkers in Nederland’.
Ik wil hier geen historische of literaire misverstanden. Daarom deze leeswijzer. Dit essay is geen algemene historie. Dat is ook nooit mijn bedoeling geweest. Dit verhaal dat voor u ligt is ‘gekleurd’, bezien door een bepaalde bril. Ik kijk hier naar de geschiedenis vanuit het perspectief van de christelijke Ambonees, of meer in het algemeen van de christelijke militaire Molukkers die in 1951 aankwamen in Nederland (95%). Omdat ik in Nederland duidelijk wilde maken wie en wat die Molukkers in ons midden zijn en welke ‘bagage’ zij meedragen.
Dat perspectief verschilt van dat van de islamitische Molukkers (in Nederland 5%, op de Molukken in meerderheid; op Ambon 50/50), van de Molukkers in de betekenis van de inwoners van de gehele Molukse archipel in Oost-Indonesië of van de Molukkers die sinds jaar en dag verspreid wo(o)n(d)en over de gehele Indische/Indonesische archipel.
In 1605 werd na de VOC-overname op Ambon van Fort Victoria op de Portugezen het ‘Eeuwig Verbond’ gesloten: Trouw aan Prins Maurits en de Staten-Generaal, specerijmonopolie voor de VOC en vrijheid van godsdienst. In 1609 werd dit verbond hernieuwd met de Ambonse Orang Kaya die tot dan toe onder Portugees bestuur hadden gestaan, de christenen dus . Dat verbond uit 1605/1609 werd in 1951 eenzijdig door Nederland verbroken met het brute ontslag uit Nederlandse overheidsdienst van de in Nederland aangekomen Molukse ex-KNIL militairen (het ‘Nederlandse verraad’).
Greep uit de historie, aangenaam of niet in perspectief van wat we anno nu elkaar in de thans populaire ‘anti-koloniale traditie’ willen vertellen: Orang Ambon Kristen assisteerden met kora-kora vloten de VOC tussen 1605 en 1675 tijdens de zg. ‘Ambonse oorlogen’ bij de vestiging van het specerijmonopolie in het Oosten van de Indische Archipel (dat kun je ook aflezen uit de bevolkingsstatistieken uit die tijd). Eén uitzondering; in 1636/37 was er gemeenschappelijk christen-moslim verzet (3e Ambonse Oorlog) tegen de drukkende herendiensten en zware lasten voor de hongitochten. Kapitan Jonker en zijn Ambonse hulptroepen waren evenwel van bijzonder belang, m.n. bij de VOC-overwinning van/op Makassar in 1667en 1669.
Ambonse vloten en soldaten ondersteunden de ‘Pax Batava’ in de Oost-Indische Archipel en de handhaving van het specerijmonopolie in de 130 jaar daarna. Dat kun je zien op de feestelijke plaatjes van de kora-kora parades in de Baai van Ambon in de 17 en 18e eeuw en lezen in de verhalen over de jaarlijkse ‘orang kaya feesten’. In moderne anti-koloniale termen kun je dat ‘verdeel en heers’ of ‘collaboratie’ van christelijke Orang Kaya met de Nederlanders noemen. Je kunt ook spreken over het loyaal nakomen van gemaakte afspraken in die tijd en van toegezegde beloningen. Bondgenootschap.
In januari 1795 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vervangen door de Bataafse Republiek. Stadhouder Willem V vertrok naar Engeland en berichtte vanuit Londen aan alle bewindhebbers in de koloniën het Nederlandse gezag tijdelijk over te dragen aan de Engelsen. Op 17 februari 1796 verscheen een Engelse vloot in de Baai van Ambon en droeg de Nederlandse gouverneur Fort Nieuw Victoria en daarmee het Nederlandse gezag over aan de Engelse eskader commandant. Die werd daarmee de nieuwe gouverneur. Gehoor gevend aan de oproep van Willem V legden op 29 februari 1796 de vml. VOC- troepen de eed van trouw af aan de Engelse commandant, evenals de christelijke raja’s, de pati’s en orang kaya’s van Leitimor aan de Britse Kroon.
Zo niet de moslims van Hitu. Onder leiding van de nieuwe Raja Hitu kwamen die in verzet en riepen de onafhankelijkheid uit. Gewapenderhand trokken zij op naar Ambon-Stad. Binnen korte tijd wist het nieuwe Britse gezag deze beweging echter te onderdrukken. Na een tijdelijk herstel van het Nederlandse gezag onder het Koninkrijk Holland volgde een tweede Engelse tussenperiode. Na de Franse tijd kreeg het Koninkrijk der Nederlanden de Indische koloniën terug van Engeland. Zo werden in 1817 de Molukken weer Nederlands onder koning Willem I. Wat volgde was de Pattimura opstand in de Midden-Molukken vanuit Saparua.
Orang Ambon Kristen van Leitimor deden niet mee aan de Pattimura opstand van 1817, Orang Ambon Islam van Hitu wèl. Die geweldconfrontaties op Hitu, Saparua, Haruku en Nusalaut werden beëindigd met o.a. steun van extra Alifuren hulptroepen uit de Noord-Molukken en kora-kora’s van Halmaheira.
In de loop van de 19e en 20e eeuw gingen door de economische teruggang in de Molukken christelijke Ambonezen/Midden- en ZO-Molukkers door dienstneming de [bevoorrechte] harde kern van het KNIL vormen. Molukse militairen in de Java-oorlog (1825-1830) traden opvallend naar voren. De rol van de Molukse Marechaussee in de Aceh oorlog (1873-1904) is markant; veel Militaire Willems Orden. Vrijgekomen Molukse KNIL-militairen die na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 in de Bersiap periode (september 1945-februari 1946) Nederlanders op Java beschermden, zijn memorabel. Het Korps Speciale Troepen in de periode 1945-1950 bestond vnl. uit christelijke Ambonezen en Menadonezen. Zomaar een handvol voorbeelden. ‘Oom Ambon van het KNIL’. In de gevechtsoperaties
tussen 1945-1950 in vml. Nederlands-Indië speelden Molukse KNIL-militairen een opmerkelijke rol.
Tegenwoordig wordt dat dikwijls ‘koloniaal denken’ genoemd. Kan zijn, maar die verbondenheid (sedert 1605/1609) aan Nederland, belichaamd in m.n. het Oranje Huis, bleef wèl overeind, ook tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië 1942-1945; en tussen 1945-1950. Daar hebben veel Molukkers hun leven voor gegeven.
Orang Ambon Kristen waren tot 1951 altijd loyaal. Niet het politiek niet-steunen van de RMS in 1950 was het Nederlandse verraad, maar het eenzijdige ontslag van de Molukse militairen uit de Nederlandse dienst na hun aankomst in Nederland in 1951 werd als ‘verraad’ beschouwd en vooral gevoeld. En dat was het ook. Je leest het m.n. bij de Molukse auteur Jan Tomasoa in zijn essay ‘Molukse overpeinzingen’ (2018): verraad vanwege trouweloosheid. Dat telt zwaar in de Molukse traditie. Ik ga daarop in aan het eind van dit eerste essay (pp. 109/110).
Dit essay is al met al geen historische analyse, maar een doorlopend verhaal, feitelijk is het een ‘schering en inslag’ verhaal. De schering is de algemene historische lijn (christen) Molukkers-Nederlanders vanaf 3 maart 1599. De inslag vormt de familiegeschiedenis, voor zover achterhaalbaar, van mijn Molukse vrouw Sara, familie Walakutty-Salamena (Warasiwa/Seram, Hatalai/Ambon).
Dat geeft aan dit verhaal de persoonlijke noot. Het bijzondere verhaal over Sara’s moeder Louina Walakutty-Salamena is mooi verwoord in het Biografisch Woordenboek van de gemeente Tiel, deel 6.
In hun interview “Graag een beetje erkenning, na 350 jaar” in Trouw van 19 juni 2025 (pp. 8 en 9) stellen Simon Manuputty (75) en Gusto Hetharie (62) aan het eind, dat Molukkers meer plek moeten krijgen in de Nederlandse geschiedenisboeken. “Dan weet men tenminste waarom we hier zitten. Wij hebben 350 jaar Nederland gediend. Dat is niet niks hè”. Verantwoording van de auteur, M.H.H. (Ries) de Weerd Den Haag 2025











































































































